Skip Navigation Links
Navigatiekoppelingen overslaan
Nieuws
Beleid en Inspraak
Toerisme, Heden en Verleden
Dienstverlening
Onderwijs en Kinderopvang
Vrije Tijd en Verenigingen
Economie en Mobiliteit
Web loket
Lokaal Sociaal Beleid
Navigatiekoppelingen overslaan
Feiten
Historiek
Aalterse figuren
Legendes
Straatnamen
Wapenschilden
Speuren
Aalterse figuren 
 

 


Arthur Verhoustraete (1895-1977)


Heemkundige

 

Arthur Verhoustraete werd in 1895 in Aalter geboren als oudste van 18 kinderen en zoon van een schrijnwerker. Verder studeren dan de lagere school was voor de begaafde Arthur financieel onmogelijk. Van telegrambesteller werkte hij zich door zelfstudie op tot ordeklerk bij de telegraafdiensten. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Engeland, wat zijn talenkennis ten goede kwam. Later bood hij zich aan als vrijwilliger voor de hulpdiensten en dit bracht hem in contact met de Fronters, wat medebepalend was voor zijn Vlaamse reflex.

 

In het beroepsleven aardde hij niet bijzonder goed, waardoor hij in 1939 vervroegde oppensioenstelling aanvroeg. De vrijgekomen tijd vulde hij met heemkundig onderzoek. Zo was hij lid van het Heemkundig Genootschap van het Meetjesland en leverde hij heel wat bijdragen voor Appeltjes van het Meetjesland, Ons Heem, Ons Meetjesland en Ons Doomkerke. Arthur Verhoustraete was, samen met Amedé Laroy, de grote promotor van de heemkundige tentoonstelling in 1943 en de Sint-Corneliustentoonstelling in 1945.

 

Arthur Verhoustraete was een specialist van de feodaliteit en van de lokale instellingen. Zijn artikelen Leenroerig overzicht van Aalter I en II en Feodaal overzicht van Ruiselede zijn in hun genre juweeltjes.

 

In 1974 werd een gedenkplaat aangebracht aan het ouderlijk huis in de Lostraat en terecht werd zijn naam gegeven aan de heemkundige kring die in 1977 werd opgericht en het ledenblad Land van de Woestijne uitgeeft.

 

Bronnen:

  • Merkwaardige figuren te Aalter, Kunstfotomap Aalter Cultuurraad Aalter, 1981
  • Alfons Ryserhove, Arthur Verhoustraete 75 jaar, in Appeltjes van het Meetjesland, jb. 20 (1969) blz. 7-21
  • Luc Stockman, Hulde aan Arthur Verhoustraete te Aalter, in Appeltjes van het Meetjesland, jb. 21 (1970) blz. 277
  • Achiel De Vos en Alfons Ryserhove, In memoriam Arthur Verhoustraete, in Appeltjes van het Meetjesland, jb. 22 (1971) blz. 396-406
  • Jozef De Doncker, Getuigen over Arthur Verhoustraete, in Appeltjes van het Meetjesland, jb. 47 (1969), blz. 286-292
  • Roger Defruyt, Bij de stichting van de Heemkundige Kring Arthur Verhoustraete, in Land van de Woestijne,  jg. 1, nr. 1, blz. 3-5

Jacob-Lieven Van Caeneghem (1764-1847)


Industrieel

 

 

Jacob-Lieven van Caeneghem is geboren in Ledeberg (Gent). Hij was een textielbaron die fortuin maakte in de expansieve katoenindustrie en bekleedde heel wat belangrijke functies. In 1808 werd Jacob-Lieven de grootste eigenaar van Bellem. Het domein dat hij kocht omvatte onder meer de Kraenepoel. Die liet hij vergroten, verdiepen en indijken. Het is aan hem te danken dat de Kraenepoel in zijn huidige vorm als visvijver behouden is gebleven. Van Caeneghem vatte in de eerste helft van de 19de eeuw in Bellem door bebossing de ontginning van de onvruchtbare heide aan en wijzigde daardoor in belangrijke mate het toenmalige landschap.

 

Van Caeneghem kocht heel wat goederen op onrechtmatige wijze, maar toch was hij ten zeerste begaan met de minderbedeelden. Zijn mildheid uitte zich ook door het herstel van de kerk van Bellem, het stichten van een godshuis in Gent en het Hospice van Caneghem inBellem. Tegen de zuidelijke muur van de kerk van Bellem staat het grafmonument van de familie Van Caeneghem, een van de meest monumentale grafstenen uit het Meetjesland.

 

Bronnen

  • Filip Bastiaen, Dirk De Reuck, Ivan Hoste en Luc Stockman, Geschiedenis van Bellem, Aalter, 1994, blz. 285, 290, 292, 314, 371, 372, 534, 535
  • Roger Defruyt, Jakob-Lieven van Caneghem, in Land van de Woestijne, jg. 2, nr. 1, blz. 20-31

 

Georges Hulin de Loo (1862-1945)

 

Hoogleraar

 

Georges Hulin de Loo werd in 1862 geboren in Gent. Hij studeerde aan de Gentse universiteit en later ook in Berlijn, Straatsburg en Parijs. In Gent werd hij hoogleraar filosofie, sociale geschiedenis en kunstgeschiedenis. Hij werd dé specialist van de Vlaamse Primitieven en door zijn ontdekkingen kregen kunstenaars zoals de Meester van Flémalle, Rogier van der Weyden, Gerard David en anderen de plaats die hen toekwam. Dank zij hem kocht het museum van Gent voor 4.000 en 4.500 frank twee schilderijen van Hieronimus Bosch aan.

 

De eminente geleerde kreeg talrijke titels en was lid van heel wat commissies. Als overtuigd francofoon kreeg hij het wel geregeld aan de stok met de Vlaamse studenten, die hem zelfs op straat uitjouwden. Hij was hevig gekant tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit, doceerde in het Frans en lag daardoor aan de basis van een regeringscrisis tijdens de regering Jaspar II (1931).

 

In de winter woonde hij in Gent, in de zomer in Lotenhulle waar hij een prachtig buitenverblijf met park bewoonde. Het burgemeesterschap van Lotenhulle was een afleiding tussen reizen en studeren. In 1945 werd Georges Hulin de Loo overreden door een vrachtwagen van de geallieerden.

 

Bronnen:

  • - Kunstfotomap Aalter, Merkwaardige figuren te Aalter, Cultuurraad Aalter, 1981
  • - Appeltjes van het Meetjesland, Un intellectuel de Lootenhulle door Peter Laroy, nr. 47 (blz. 55-76)
  • - Lotenhulle, een verhaal van mensen, door Arnold Strobbe (blz. 112-115)
  • - Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, deel 1, blz. 693

 

Flor Grammens (1899-1985)

 

Voorvechter van de Nederlandse taal

 

 Flor Grammens Aalter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Florimond Grammens werd in 1899 in Bellem geboren als zoon van Frederick Grammens en Maria Gelaude, beiden van boerenafkomst. Hij studeerde aan het College van Eeklo en daarna aan de Normaalschool van Sint-Niklaas. In 1918 dook hij onder en werd bij de bevrijding door de Belgische troepen vrijwillig brancardier bij het veldleger. In 1920 werd hij leraar in Ronse, wat hij bleef tot 1929.

 

Flor Grammens werd actief flamingant, vooral doordat hij als leraar aan de taalgrens de onrechtvaardige en onwettelijke toestanden leerde kennen en in 1927 een voetreis langs de hele taalgrens maakte. Dit resulteerde in de oprichting van de taalgrensactie.

 

In 1931 begon hij zelf voor tweetaligheid te zorgen in die taalgrensgemeenten die bleven weigeren de taalwetten toe te passen. Dit leidde tot processen die gevoerd werden in de provincies Luik en Henegouwen, waar hij als eerste voor Waalse rechtbanken rechtspleging in het Nederlands eiste.

 

Een nieuwe periode in de taalgrensactie begon toen Flor Grammens op 9 januari 1937, in witte schilderskiel, de Franstalige straatnaamborden en wegwijzerplaten in de taalgrensstad Edingen overschilderde. Deze en andere acties genoten veel bijval en talrijke Vlaamse studenten sloten zich aan bij wat zij de nieuwe Vlaamse schildersschool noemden. Overal waar ze maar konden, voerden ze actie en organiseerden ze meetings en andere manifestaties. In de pers en het parlement ontstond daarover heel wat rumoer. De campagne duurde drie jaar tot uiteindelijk de eentaligheid van Vlaanderen werd verkregen.

  

Grammens verbleef nog maar eens in de gevangenis toen hij in 1939, bij een onvoorziene parlementsverkiezing, als onafhankelijk kamerlid werd verkozen. Grammens, die in deze periode (1937-1940) de Raad der Daad stichtte, wou nooit lid van een partij worden om zo onafhankelijk mogelijk en met zoveel mogelijk Vlaamsgezinden te kunnen optreden. Hij kantte zich tegen politieke collaboratie in de Tweede Wereldoorlog, maar aanvaardde lid en daarna voorzitter te worden van de Commissie voor Taaltoezicht. Onder zijn leiding werden door die Commissie onderzoeken ingesteld naar de toepassing van de taalwetten in de taalgrensgemeenten en de hoofdstedelijke agglomeratie.

 

Zo bleek dat in de Brusselse gemeenten talrijke Vlaamse kinderen onwettig in Franstalige klassen waren ondergebracht. Veel kinderen werden overgeplaatst naar Nederlandstalige klassen, wat na de bevrijding voor een groot deel weer ongedaan werd gemaakt. Grammens, die argumenteerde dat hij alleen de taalwetten toepaste, werd na de bevrijding, ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid, opgesloten. Zijn woning werd geplunderd. Hij kreeg een gevangenisstraf van zes jaar, waarvan hij er vier heeft uitgezeten.

 

In 1956 hielp hij de Vlaamse Volksbeweging heroprichten en trad hij onder meer op tegen de eentalig Franse opschriften op de wereldtentoonstelling in Brussel en later tegen de Franstalige reclameteksten aan de kust en elders in Vlaanderen. Hij bleef ook ontelbare voordrachten geven en wendde overal waar hij kon zijn invloed aan om mistoestanden te signaleren en te verhelpen.

 

In 1975 kocht het Grammensfonds het geboortehuis van Flor Grammens, en schonk het aan het Gemeentebestuur van Bellem. Hij overleed in Deinze in 1985.

 

Bronnen:

Rebel voor Vlaanderen. Leven en werk van Flor Grammens, Geertrui De Zutter en Koen Parmentier, Aalter 1992. Prijs: € 2,50.

 

 

Edward Coryn (1857-1921)


De Amerikaanse droom

 

Edward Coryn is de bekendste Lotenhullenaar van de grote migratiebeweging van Arm Vlaanderen naar Noord-Amerika in de tweede helft van de 19de eeuw en het eerste kwart van de 20ste eeuw. Hij realiseerde er voor een stuk de American Dream, zij het niet dat we hem als een schatrijk man met een immens zakenimperium moeten zien.

 

Edward Coryn werd in 1857 geboren in het gezin van de landman-vlaskoopman (en voordien werkman) Leonard en Joanna Catharina Schatteman. De familie verbleef er met drie zonen op een klein doeningske en verhuisde in 1872 naar Aalter. Drie jaar later emigreerde ze naar Amerika. Misschien haalde het voorbeeld van Leonard Schatteman, een broer van Edwards moeder, hen over de streep. Ze kwamen terecht in Moline, op de vruchtbare prairiegronden van Illinois, bekend van de landbouwwerktuigenfabriek John Deere.

 

Edward Coryn was een gewone volksjongen en werkte er in een houtzagerij, een ijzergieterij en vermoedelijk ook in de fabrieken van John Deere. Na een arbeidsongeval moest hij lichter werk doen, hij opende een kruidenierszaak. Na vijftien jaar begon hij te werken voor een aantal banken en na verloop van tijd bracht hij het zelfs tot onderdirecteur van de Moline Trust & Savings Bank. Intussen kwam hij even terug naar Lotenhulle om er een Vlaamse vrouw te trouwen en werd hij gemeenteraadslid voor de Democratische Partij.

 

Coryn bleek een echte selfmade man. Hij had in Lotenhulle alleen lagere school gelopen, maar klom door zelfstudie hogerop. In Moline verwierf hij veel aanzien en zijn grootste verdienste was, uit puur idealisme, zijn inzet voor uitgeweken landgenoten. Door zijn invloed verschafte hij talrijke streekgenoten werk en stimuleerde hij het verenigingsleven, niet alleen in Moline, maar ook in talrijke Amerikaanse steden met Vlaamse inwijkelingen.

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog steunde hij de frontsoldaten moreel met artikeltjes in de Gazette van Moline en de Gazette van Detroit. Hij was overigens medestichter van het eerste weekblad en aandeelhouder en voorzitter van de uitgeverij. Hij zorgde ook voor treinwagons vol pakjes voor de soldaten.

 

Coryns verdiensten konden natuurlijk ook in het moederland niet onbekend blijven. In 1919 werd hij onderscheiden in de Leopoldsorde. Hij werd ook tot vice-consul voor België aangesteld. Daarmee werd hij de eerste consulaire vertegenwoordiger van ons land in Moline.

 

Edward Coryn overleed in 1921. Vijftig jaar later was men hem hier nog niet vergeten en plaatste de heemkundige kring Zuid-Bulskampveld voor de verdienstelijke zoon van Lotenhulle een gedenksteen aan de gemeentelijke jongensschool. Met enige overdrijving wordt hij in het onderschrift als “een vader voor ons volk” omschreven.

 

 

Hendrik van Doorne (1841-1914)


Hendrik K.E. Van Doorne werd geboren te Poeke in 1841 als tweede kind van notaris Joannes. Zijn Vlaamsgezinde vader stuurde hem in 1854 naar het Klein Seminarie te Roeselare. Dit was een mijlpaal in zijn leven, want daar deelde hij in de toegewijde vriendschap van Gezelle voor zijn leerlingen. Vooral het feit dat hij leerling en tijdelijk vriend van Gezelle was, bezorgde hem bekendheid. Toen Gezelle in 1860 naar een Brugs college werd overgeplaatst, volgde Van Doorne hem. In 1861 kwam de Poekenaar op het Engels Seminarie waar Gezelle onderrector was. In 1865 werd hij priester gewijd en werkte als missionaris in Engeland. Na enkele hulpbedieningen bekleed te hebben, stelde men hem aan als rector in de Londense voorstad Brixton waar onder zijn impuls een bloeiende katholieke parochie uitgebouwd werd. In 1900 legde hij zijn ambt neer en vestigde zich te Poeke in het vaderlijk huis waar hij stierf in 1914.

In 1976 onthulde J. Van Overstraeten, voorzitter van de VTB-VAB twee gedenkplaten, aangebracht in de voorgevel van het verbouwde ouderlijke huis. De ene werd getooid met de beeltenis van Hendrik Van Doorne, de andere geeft het gedicht weer van Guido Gezelle:

Poeke, Poeke, uw boomgewelven
deên zo’n deugd aan ’t herte mijn,
als God en bij mij zelve,
‘k mocht in uw waranden zijn!

Bronnen: 

  •  Het Land van Nevele, ‘Hendrik van Doorne: de Poekse Gezelle-discipel’ door Jozef Van de Casteele, jg. V, 1974, afl. 3
  •  Het Land van Nevele, ‘Hendrik K.E. Van Doorne herdacht te Poeke’, jg. VII, 1976, afl. 3
  •  Het Land van Nevele, ‘Hendrik Van Doorne uit Poeke in England‘’, jg. VII, 1976, afl. 3
  •  Kunstfotomap Aalter, Merkwaardige figuren te Aalter ‘Hendrik Van Doorne (1841-1914) Priester-leerling van Gezelle’, Cultuurraad Aalter, 1981